Hoe werkt aanvullend geboorteverlof?
Sinds de invoering van de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) is het geboorteverlof voor partners in Nederland aanzienlijk uitgebreid. Eén van de belangrijkste onderdelen hiervan is het aanvullend geboorteverlof. Deze regeling biedt partners van een pasgeboren kind extra verlof met een uitkering van het UWV, en draagt bij aan een evenwichtige verdeling van zorgtaken na de geboorte.
In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe aanvullend geboorteverlof werkt, voor wie het bedoeld is, hoe de aanvraag verloopt, en welke rechten en plichten hierbij horen. Actuele wetgeving, praktische tips en aandachtspunten voor HR en werknemers maken dit artikel compleet.
Wat is aanvullend geboorteverlof?
Aanvullend geboorteverlof is een regeling waarmee partners van een pasgeboren kind tot vijf weken extra verlof kunnen opnemen, bovenop het reguliere geboorteverlof. Tijdens dit verlof ontvangen zij een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van hun (maximum)dagloon.
Het verlof is bedoeld om partners meer ruimte te geven voor de zorg voor hun kind en om bij te dragen aan een evenwichtige werk-privébalans.
Wie heeft recht op aanvullend geboorteverlof?
De regeling geldt voor de partner van de moeder van het kind. Dat kan zijn:
- De echtgenoot of geregistreerd partner
- De persoon met wie de moeder ongehuwd samenwoont
- De biologische vader
- De duomoeder (in geval van lesbisch ouderschap)
De werknemer moet op het moment van de geboorte in dienst zijn bij een werkgever (loondienst). Ondernemers en zelfstandigen vallen niet onder deze regeling.
Voorwaarden:
- Het kind is geboren op of na 1 juli 2020 (de invoeringsdatum).
- De werknemer heeft eerst het reguliere geboorteverlof opgenomen (1 keer de wekelijkse arbeidsduur).
- Het aanvullend verlof wordt opgenomen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind.
Verschil met geboorteverlof
Er is een belangrijk onderscheid tussen het reguliere en aanvullende geboorteverlof:
| Soort verlof | Duur | Doorbetaling | Regeling via |
| Geboorteverlof | 1 keer het aantal werkuren per week | Volledig doorbetaald door werkgever | Wet WAZO |
| Aanvullend geboorteverlof | Maximaal 5 weken (5x werkuren/week) | 70% van het dagloon via UWV | Wet WIEG |
Let op: Aanvullend geboorteverlof is dus niet verplicht voor de werknemer om op te nemen, maar het is wel een wettelijk recht.
Hoe werkt de aanvraag?
1. Aanvraag door werknemer
De werknemer meldt het verlof schriftelijk of per e-mail aan bij de werkgever, minimaal vier weken voor de gewenste ingangsdatum. De volgende informatie moet worden verstrekt:
- De periode waarin het verlof wordt opgenomen
- Hoe het verlof wordt gespreid (aaneengesloten of verspreid over meerdere weken)
De werknemer hoeft geen medische verklaringen of bewijsstukken van geboorte bij te voegen, tenzij de werkgever dit uitdrukkelijk vraagt.
2. Aanvraag uitkering door werkgever
De werkgever doet de aanvraag voor de uitkering bij het UWV via het werkgeversportaal of via Digipoort. Dit kan:
- Vanaf 4 weken voor de ingangsdatum van het verlof
- Tot uiterlijk na afloop van het verlof
Het UWV keert het bedrag rechtstreeks aan de werkgever uit, die het vervolgens aan de werknemer doorbetaalt als loon. In sommige gevallen kan het UWV rechtstreeks aan de werknemer betalen, bijvoorbeeld als het verlof onbetaald verloopt.
Spreiden van het verlof
Het aanvullend geboorteverlof hoeft niet in één keer opgenomen te worden. De werknemer mag het verlof verspreid opnemen, zolang het maar binnen zes maanden na de geboorte van het kind valt. Dat biedt flexibiliteit voor een combinatie van werk en zorg.
Voorbeelden van spreiding:
- Vijf weken direct aansluitend aan het reguliere geboorteverlof
- Twee weken in de eerste maand, drie weken later in deeltijd
- Verlof opnemen in halve dagen, verspreid over meerdere maanden
Werkgever en werknemer kunnen samen afspraken maken over de planning, maar de werkgever mag het verlof alleen weigeren bij zwaarwegende bedrijfsbelangen. In dat geval mag de werkgever de gewenste planning van de werknemer binnen redelijke grenzen aanpassen.
Hoogte van de uitkering
De uitkering van het UWV bedraagt 70% van het (gemaximeerde) dagloon van de werknemer. In 2025 is het maximumdagloon € 274,44 bruto per dag (jaarloon: € 71.232). De maximale uitkering bedraagt dus ongeveer € 192 per dag.
Als de werknemer meer verdient dan het maximumdagloon, krijgt hij geen volledige compensatie. Werkgevers mogen het loon aanvullen tot 100%, maar dit is niet verplicht, tenzij dit is geregeld in:
- De cao
- Een personeelsregeling
- Een individuele arbeidsovereenkomst