De fraudedriehoek -> druk, gelegenheid en rationalisatie
Het opzettelijk te hoog of te laag verantwoorden van posten, het verantwoorden in een andere periode of het verkeerd toelichten van transactiestromen in de jaarrekening kan worden beschouwd als fraude. Bij fraude spelen doorgaans drie factoren een rol: druk, gelegenheid en rationalisatie. Samen worden deze factoren de fraudedriehoek genoemd.
De mogelijkheden om fraude te plegen zijn divers. Zo kunnen kosten ten onrechte als investeringen worden verantwoord, kan niet-bestaande omzet worden geboekt, of kunnen uitgaven bewust naar een latere periode worden verschoven. De geschiedenis laat zien dat fraudemogelijkheden bij allerlei typen organisaties – groot en klein – benut worden. Dit benadrukt het belang van een robuust intern controlesysteem en een cultuur van integriteit.
De fraudedriehoek
De fraudedriehoek beschrijft de drie elementen die vaak aanwezig zijn wanneer fraude wordt gepleegd: druk, gelegenheid en rationalisatie.
- Druk: De fraudeur ervaart een externe of interne druk om te frauderen. Dit kan bijvoorbeeld een ondernemer zijn die bepaalde bankratio’s moet behalen om financiering veilig te stellen, of een werknemer met financiële problemen of een gokverslaving die hij of zij probeert te bekostigen.
- Gelegenheid: De fraudeur moet daadwerkelijk de mogelijkheid hebben om fraude te plegen. Dit kan ontstaan wanneer interne beheersmaatregelen onvoldoende zijn of niet effectief worden toegepast. Een voorbeeld is een inkoper die zowel inkoop- als verkooptaken uitvoert en daardoor zelf kan bepalen welke transacties in de administratie worden verwerkt en welke marge eventueel in eigen zak wordt gestoken.
- Rationalisatie: De fraudeur rechtvaardigt zijn of haar handelen vaak door zichzelf te overtuigen dat het acceptabel is. Veel voorkomende rationalisaties zijn: “De verzekeringsmaatschappij betaalt toch wel,” “De directeur verdient al genoeg,” of “Mijn collega’s behandelen mij slecht.” Door deze rechtvaardigingen voelt de fraudeur zich niet moreel verantwoordelijk voor de overtreding.
Het herkennen en mitigeren van deze drie elementen is essentieel voor het beperken van frauderisico’s. Effectieve interne controles, een sterke compliance-cultuur en regelmatige audits kunnen de kans op fraude aanzienlijk verkleinen.